De termen ‘kort’ en ‘lang’ verwijzen naar de termijnen van de kredieten waarover rente wordt berekend. Kortlopende kredieten zijn kredieten met een looptijd van 2 jaar of minder, langlopende kredieten hebben een looptijd van meer dan 2 jaar.

De korte rente wordt gevormd door vraag en aanbod op de geldmarkt en wordt gestuurd door de centrale bank. In Europa is dat de ECB (Europese Centrale Bank). De ECB bepaalt de rente waartegen banken onderling kunnen lenen. Daar bovenop komt nog een percentage ter vergoeding van de kosten, en een percentage voor winst en risico. Zo ontstaat een rentepercentage waartegen kortlopende kredieten worden verstrekt.

De variabele hypotheekrente wordt afgeleid van de kortlopende rente. Dit is niet het geval bij rentevaste perioden van hypotheekrente. De hypotheekrente wordt dan namelijk vastgezet voor bijvoorbeeld 5 of 10 jaar.

Als u uw hypotheekrente wilt vastzetten voor 10 jaar, dan wordt er gekeken naar de lange rente en hoe deze zich zal ontwikkelen in de toekomst. Deze lange rente wordt bepaald door vraag en aanbod op de kapitaalmarkt.

> Meer informatie over rentevormen